Je hebt je net ziekgemeld, of je staat op het punt dat te doen, en je weet eigenlijk niet wat er nu van je verwacht wordt. Moet je zelf een bedrijfsarts bellen? Hoe lang mag je werkgever wachten voordat hij iets onderneemt? En wat als de wachtlijst voor een psycholoog maanden lang is? Bij een burn-out is het traject dat volgt complex en lang, en dat is precies het moment waarop je het minste energie hebt om het uit te zoeken. Dit artikel legt stap voor stap uit wie op welk moment verantwoordelijk is, zodat jij geen deadline mist en niemand meer van je kan eisen dan wettelijk is toegestaan.
Stap 1: Dag 1 – ziek melden
Meld je ziek bij je leidinggevende of HR, telefonisch of per bericht. Je hoeft niet te zeggen wat er aan de hand is. ‘Ik ben ziek’ is voldoende. Je werkgever mag niet vragen naar de aard van je klachten. Wat hij wel mag weten: waar hij je kan bereiken, of je al weet hoe lang je wegblijft en of er lopende zaken zijn die iemand anders tijdelijk moet overnemen. Meer niet.
Schrijf de datum van je eerste ziektedag op. Die dag is het beginpunt van het hele burn-out arbeidsongeschiktheid traject en bepaalt alle vervolgdeadlines.
Stap 2: Week 1 tot 6 – de bedrijfsarts als spil
Uiterlijk in week 6 ben je verplicht de bedrijfsarts te bezoeken. Veel werkgevers plannen dit eerder in, en dat mag. Wat de bedrijfsarts beoordeelt: of en in welke mate je arbeidsongeschikt bent. Wat hij niet mag: je diagnose delen met je werkgever. Hij rapporteert functionele beperkingen, geen medische details.
Houd intussen ook contact met je huisarts. Die kent je medische achtergrond en kan je doorverwijzen naar een psycholoog of GGZ-instelling. De bedrijfsarts en huisarts hebben verschillende rollen. De bedrijfsarts richt zich op werk, je huisarts op je gezondheid als geheel. Je hebt beide nodig.
Stap 3: Week 6 – probleemanalyse en plan van aanpak
Na zes weken stelt de bedrijfsarts een probleemanalyse op. Daarin staat wat jou belemmert om te werken. Samen met jou en je werkgever wordt daarna een plan van aanpak opgesteld, met concrete re-integratiedoelen en een tijdlijn.
Je hebt inspraakrecht. Als je het niet eens bent met de probleemanalyse, zeg dat dan expliciet en vraag om aanpassing. Lukt dat niet, dan kun je een second opinion aanvragen bij een andere bedrijfsarts (dat recht is wettelijk vastgelegd). Teken het plan van aanpak alleen als je je er redelijkerwijs in kunt vinden. Wat je tekent, wordt later door UWV gebruikt.
Stap 4: Maand 2 tot 6 – re-integratiedruk
Je werkgever is verplicht je te begeleiden bij re-integratie. Maar dat betekent niet dat hij mag eisen dat je gewoon weer aan het werk gaat als je er nog niet aan toe bent, doorzetten terwijl je niet klaar bent, werkt averechts. Wat hij verplicht is: loon doorbetalen (minimaal 70 procent, vaak meer via cao), een re-integratiedossier bijhouden en samen met jou zoeken naar passend werk.
Wat hij niet mag: je ontslaan tijdens ziekte (in principe de eerste twee jaar), je dwingen taken op te pakken die je beperkingen overschrijden, of je ziekmelding negeren. Als de druk te hoog oploopt, bespreek dat eerst met de bedrijfsarts. Die kan een interventie doen.
Stap 5: Het wachtlijstenprobleem
Dit is een van de meest frustrerende onderdelen. Je weet dat je behandeling nodig hebt, maar de wachttijd bij een GGZ-instelling of psycholoog kan oplopen tot zes maanden of langer. Ondertussen verwacht je werkgever voortgang.
Wat je kunt doen om die kloof te overbruggen:
- Schrijf je in bij meerdere aanbieders tegelijk. Zowel via je zorgverzekeraar als rechtstreeks.
- Vraag je huisarts om een spoedverwijzing als je klachten ernstig zijn.
- Overweeg een eerstelijnspsycholoog (POH-GGZ bij je huisartsenpraktijk) als tijdelijke overbrugging. Die heeft doorgaans kortere wachttijden.
- Documenteer elke poging die je doet om behandeling te vinden. Die documentatie telt mee bij UWV als bewijs dat je actief aan herstel werkt.
Sommige zorgverzekeraars bieden bemiddeling via een zorgadviseur. Bel je verzekeraar en vraag er expliciet naar.
Stap 6: Maand 6 tot 12 – het tweede spoor
Als duidelijk is dat je je eigen functie niet snel kunt hervatten, is je werkgever verplicht te kijken naar ander werk, ook buiten zijn eigen organisatie. Dit heet het tweede spoor. In principe start dit traject al rond maand zes als terugkeer naar eigen werk onzeker is.
Wees alert: het tweede spoor mag jouw herstel niet ondermijnen. Als een re-integratiebureau je vraagt om actief te solliciteren terwijl jij nog niet stabiel bent, bespreek dat dan met de bedrijfsarts. Die kan in het plan van aanpak vastleggen dat het tweede spoor beperkt moet blijven zolang behandeling nog bezig is.
Stap 7: Maand 12 tot 20 – voorbereiden op de WIA
Na 104 weken ziekte (twee jaar) kun je een WIA-uitkering aanvragen. Maar de voorbereiding begint veel eerder. Bewaar al je documenten vanaf dag één:
- Het volledige re-integratiedossier, inclusief alle plannen van aanpak en evaluaties
- Correspondentie met bedrijfsarts, werkgever en behandelaars
- Verwijsbrieven, diagnoses en behandelverslagen van je huisarts en psycholoog
- Bewijs van jouw inspanningen, zoals aanmeldingen bij wachtlijsten
UWV beoordeelt achteraf of zowel jij als je werkgever voldoende hebben gedaan aan re-integratie. Heb je iets gemist, zorg dan dat je kunt aantonen waarom.
Stap 8: De WIA-keuring bij UWV
Rond de 87e tot 93e week ziekte ontvang je een oproep van UWV. Een verzekeringsarts beoordeelt je beperkingen en stelt een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op. Die lijst beschrijft wat je nog kunt: hoe lang je kunt zitten, concentreren, omgaan met stress enzovoort. Een arbeidsdeskundige kijkt daarna of er functies zijn die bij die beperkingen passen.
Ben je het niet eens met de uitslag, teken dan bezwaar aan. Dat moet binnen zes weken na de beslissing. Neem in dat geval een arbeidsrechtadvocaat of een patiëntenorganisatie mee. Overleg ook met je behandelaar: een actuele medische verklaring van hem of haar kan doorslaggevend zijn in de bezwaarprocedure.
Stap 9: Vervolgzorg na de uitkering
Na de WIA-toekenning stopt je werkgever niet automatisch zijn verantwoordelijkheid voor je zorg, maar verschuift de financiering. Behandelingen via de basisverzekering, zoals GGZ-trajecten, blijven vergoed zolang ze medisch noodzakelijk zijn. Wat uit eigen zak kan komen: coaching, sommige vormen van arbeidsrehabilitatie, of aanvullende therapieën buiten het basispakket.
Bespreek met je behandelaar welke zorg je nog nodig hebt en of die vergoed wordt. Vraag bij twijfel een machtiging aan bij je zorgverzekeraar voordat je de behandeling start. Zo voorkom je een vervelende rekening achteraf.
Stap 10: Als het mis gaat
Soms verloopt het traject niet zoals het hoort. Je werkgever werkt niet mee, of jij hebt steken laten vallen waarvoor je nu de gevolgen draagt.
Twee veelvoorkomende situaties:
Loonsanctie voor de werkgever: als UWV oordeelt dat je werkgever onvoldoende heeft gedaan aan re-integratie, kan hij verplicht worden jouw loon een jaar langer door te betalen. Dit is een forse sanctie en werkgevers proberen die te vermijden. Als jij het gevoel hebt dat je werkgever zijn verplichtingen niet nakomt, meld dat dan bij UWV via het re-integratieverslag.
Escaleren via de kantonrechter: als het conflict zo groot is dat jullie er samen niet uitkomen, is de kantonrechter de aangewezen plek. Denk aan situaties waarbij je werkgever je ten onrechte loonsopschorting oplegt of re-integratie actief tegenwerkt. Schakel in dat geval een arbeidsrechtadvocaat in. Rechtsbijstandsverzekering dekt dit soms; check je polis.
Noteer je eerste ziektedag, bewaar alle correspondentie en laat je niet opjagen door druk die wettelijk gezien niet mag bestaan. Het traject is lang en herstel verloopt zelden in een rechte lijn, maar wie de deadlines en verantwoordelijkheden kent, staat sterker. Kom je er toch niet uit, dan kan een arbeidsrechtadvocaat of een organisatie als MIND concreet helpen.